Dit waren de woorden die ik jaren lang heb gehoord. In de nachtdienst, nadat ik u de zorg had verleend die u nodig had

De band die ik met u heb gehad was bijzonder. Ons leeftijdsverschil van 40 jaar deed daar niks aan af. U noemde u mij uw vriendin. Niet zozeer dat ik bij u op bezoek kwam buiten mijn werktijd om…..alhoewel. De vele gesprekken over het leven zelf, zoals de strijd om als hoogopgeleide vrouw in die tijd te willen blijven werken toen u getrouwd was en kinderen kreeg.
Dat was in die tijd zeer ongebruikelijk en heeft heel wat strijd gekost. Maar u heeft volgehouden en nooit opgegeven waarin u geloofde. Dat waren de krachtige verhalen. Jezelf blijven ontwikkelen, niet stilstaan, want dat was per definitie achteruitgang. Zelfstandig als vrouw zijn en blijven. Eigen regie voeren. Dat was één van uw vele verhalen en lessen en leermomenten over het leven zelf.

U vertelde ook over de liefde voor uw overleden echtgenoot, die u zo heeft gesteund in die jaren van strijd om als vrouw uw eigen weg te volgen. De vele dankbare momenten met uw man, kinderen en kleinkinderen samen. De bezoeken van uw kinderen, die zeer geregeld kwamen en de kleinkinderen noemde u cadeautjes.

Het is 4 mei 2019, dodenherdenking. Uw gezondheid gaat heel snel achteruit, wanneer ik zoals altijd rond de klok van middernacht binnenkom. Zoals altijd staat de tv aan, maar nu niet met de nieuwsrubrieken, de Tweede Wereld Oorlog is aan de gang. Het geluid van de bommen en al hetgeen wat erbij hoort, overspoelt uw woonkamer via een op dit moment veel te groot tv-scherm. Ik zie aan u dat de Tweede Wereldoorlog zich niet alleen op de tv afspeelt, maar ook in u.

U zegt met een iets wat betraand gezicht, wat ik zeer zelden in al die zeven jaar bij u heb gezien, dat ik mag gaan. En dat als het mij uitkomt, ik later op de nacht of zelfs in de ochtend mag terugkomen. Uw stem trilt. Mijn twijfel om te gaan is groot, maar omdat u het zo nadrukkelijk zegt en u niet van poespas houdt, loop ik in eerste instantie weg. Maar voordat ik door de deur naar buiten ga, loop ik terug en vraag: “Mag ik met u meekijken, zodat wij samen zijn….?” “Als jij dat zo graag wilt. Heb jij daar wel tijd voor?”, vroeg u op een scherpe toon aan mij. Voor sommige situaties maak ik graag tijd vrij. Ik ken u en snap dat u het al snel ziet als medelijden of teveel betrokkenheid. Ik moet het voorzichtig brengen. Want het idee alleen al: dat je een ander nodig zou hebben of medelijden zou krijgen. Dat paste helemaal niet bij u en daar gingen uw haren recht van overeind staan. Dat wist ik wel. “Ik kom toch altijd even naast u zitten?”, was mijn antwoord. “Dat is waar”, bevestigde u. Uw toon werd al weer veel milder. 

Eenmaal naast u, voelde ik de trilling in uw handen. En als zo vaak pakte ik ze even vast. Zo ook nu.
Doordat uw handen zo trilden, omsloot ik ze met mijn tweede hand. In stilte keken wij samen die film af. Ik weet dat u absoluut niet over de oorlog wilt praten, ondanks onze zeer hechte band.
Dat tijdperk is voor u een gesloten boek. Als eenmaal de film afgelopen is, geef ik u de zorg die wij elke nacht bij u geven.

“Vond je het niet vervelend, dat je bent gebleven?”, was uw vraag aan mij. “Nee, het samen zijn op dit moment bij u, is voor mij zoveel meer van betekenis.” “Voor mij ook”, zegt u. “Jij weet helemaal niet hoeveel jij voor mij betekent, want ik zeg het eigenlijk niet zo vaak tegen je. Zelden eigenlijk.” “Dat hoeft ook niet. Sommige situaties voel je gewoon aan,” was mijn antwoord. Dit is de essentie van zorg. Dat weet ik al veel langer, maar nu voelde ik het ook zo nadrukkelijk.

In de laatste week van uw leven wordt u benauwder, onrustiger en angstiger in toenemende mate.
Ik heb die week toevallig zelf nachtdienst. Tijdens de vele uren van angst en onrust was ik bij u.
De vragen die in dit soort situaties altijd gevraagd moeten worden, stelde ik. En waar wij ook al veel eerder hadden gesproken, toen er nog niks aan de hand was. U wilde rustig, het liefst slapend, sterven. De gesprekken worden intenser, uw gevoeligheid en uw zachte kant komen veel meer naar boven drijven. Net zoals de tevredenheid over een voltooid leven. Het was zo’n mooie waardevolle tijd samen in de laatste week. De cocktail aan medicatie die iemand krijgt als diegene ernstig benauwd of onrustig is (in een bepaalde fase) en dat ook zo wil, zoals bij u dat het geval was, zou die avond, worden gestart. En zoals beloofd, zal ik u nog verzorgen.

Het hoogtepunt van onze band werd voor mij bereikt, toen uw zoon mij opbelde en vroeg
of ik nog wilde langskomen zodat u nog bij kennis afscheid van mij kon nemen. Natuurlijk zou ik langskomen. Met toch wel heel wat lood in mijn schoenen ging ik naar u toe. Ik vond het eerlijk gezegd toch moeilijk, maar eenmaal bij u, overviel mij de rust die u had. Van de angst en onrust was niks meer te merken. U was klaar voor de laatste reis. Vrolijk bijna vroeg u aan mij, of u mij wat mocht geven. Die vraag had u al vaker gesteld aan mij. Zoals ook nu, hoef ik niets van u te hebben.
“Alles wat u mij zou willen geven, vervaagt bij het contact en de band die wij hebben gehad.”
U glimlachte naar mij. “Je hebt wel gelijk, wat wij hadden samen was uniek in alle opzichten.”
Met mijn laatste groet en een kus op uw wang verlaat ik uw woning. Onderweg naar huis, rollen de tranen over mijn wangen. Niet om het feit dat u snel komt te overlijden, maar om de mooie en vele herinneringen die wij samen hebben gehad. Ik realiseerde mij: dit is en was LIEFDE. Ik voel liefde en dankbaarheid voor de tijd met u samen. En een enorm gemis voor de tijd die komen gaat waarin ik u moet missen.

Dag Lieve Vriendin!

Nella Terpstra
Ziekenverzorgende bij Entrada wijkverpleging

 

Aanvullende info ...

Raadpleeg de bron en/of aanbieder voor meer informatie over dit bericht. Nieuws kan veranderen, fouten of onjuistheden omvatten. Lees ook onze disclaimer en rapporteer a.u.b. berichten, reacties en/of beeld die ingaan tegen onze voorwaarden.

Klik op de onderstaande tags voor relevante berichten, indien aanwezig ...

Fotograaf of fotobureau: : INGImages
Datum: 2019-07-11
Naam blogger: Nella Terpstra / Foto: Hans Fransen