Chronische HCV is met een slagingspercentage van meer dan 90% goed te behandelen en zelfs te genezen 

Van de naar schatting 23.000 tot 28.000 mensen met chronische HCV in Nederland zijn er zevenduizend behandeld met een nieuwe generatie HCV-remmer. Aanvankelijk bestond de therapie uit een combinatie van enkelvoudige middelen; momenteel worden vrijwel alleen nog maar vaste combinaties van HCV-middelen toegepast.

Met Wereld Hepatitis Dag, 28 juli, wil de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aandacht vragen voor hun campagne om vóór 2030 de incidentie van onder meer hepatitis C wereldwijd met 90% te verminderen, en de mortaliteit met 65%. Hiervoor is het van belang dat mensen die geïnfecteerd zijn met hepatitis worden opgespoord en behandeld. Zonder behandeling kan een chronische hepatitis C-virusinfectie (HCV) de lever aantasten, met levercirrose en mogelijk overlijden tot gevolg. Een probleem daarbij is dat hepatitis C vaak gepaard gaat met asymptomatische klachten, waardoor veel patiënten niet weten dat ze het virus bij zich dragen. Volgens de WHO gaat het wereldwijd om bijna driehonderdmiljoen mensen met chronische HCV. Voor Nederland, met een relatief lage besmettingsgraad, lopen de schattingen van het aantal personen met chronische HCV uiteen van 23.000 en 28.000.

BEHANDELING
Chronische HCV is met een slagingspercentage van meer dan 90% goed te behandelen en zelfs te genezen met direct acting antivirals (DAA). Deze nieuwe generatie HCVmiddelen geeft weinig bijwerkingen en kent een behandelingsduur van maximaal 12 tot 24 weken. Uit cijfers van de SFK blijkt dat sinds de nieuwe HCV-middelen per oktober 2015 volledig worden vergoed uit het basispakket, zo’n zevenduizend patiënten – ongeveer een kwart tot een derde van het totaal aantal patiënten met chronische HCV in Nederland – inmiddels al zijn behandeld met DAA’s.

Drie vaste combinatiepreparaten zijn samen goed voor 97% van de markt
Direct na opname in het basispakket zijn veel mensen met de nieuwe HCV-middelen behandeld, waarna na een kortdurende piek het aantal gebruikers weer afnam. Sinds medio 2019 bedraagt hun aantal gemiddeld tweehonderd per maand, waarvan zestig starters. Behandeling met DAA’s bestaat altijd uit een combinatie van ten minste twee middelen. Aanvankelijk, begin 2015, waren daarvoor enkelvoudige middelen beschikbaar. Sofosbuvir (Sovaldi), een polymeraseremmer, werd daarbij gecombineerd met simeprevir (Olysio), een proteaseremmer, of met daclatasvir (Daklinza), een NS5A-remmer. Al snel daarna kwamen de eerste vaste combinatiepreparaten beschikbaar. Drie daarvan – Zepatier, Epclusa en Maviret – zijn nu samen goed voor ongeveer 97% van de volledige HCV-markt.