In 2016 kregen zo'n 3,5 miljoen mensen een zalf of crème voorgeschreven

Openbare apotheken verstrekten in 2016 aan ongeveer 3,5 miljoen mensen minstens één keer een geneesmiddel voor toepassing op de huid, dat is opgenomen in het basispakket. In totaal ging het daarbij om 8,1 miljoen verstrekkingen. Dat is ongeveer 1% meer dan in 2015. Dat meldt de SFK  in het Pharmaceutisch Weekblad.

Aan ongeveer 1,8 miljoen mensen – meer dan de helft van de 3,5 miljoen gebruikers van dermatica – verstrekten de apotheken een huidpreparaat met alleen een corticosteroïde. Deze middelen worden vooral toegepast bij de behandeling van eczeem. Volgens de NHG-Standaard Eczeem vindt medicamenteuze behandeling van eczeem in eerste instantie plaats met indifferente middelen. Deze middelen bestaan uit een basis waaraan verder geen werkzame stof is toegevoegd. Het aantal gebruikers van indifferente huidpreparaten bedroeg in 2016 één miljoen. Ze ontvingen in dat jaar gemiddeld 2,2 keer zo’n middel. 

Huidproducten met alleen antibiotica werden in 2016 door bijna 650.000 mensen gebruikt. Letterlijk 99% van hen gebruikten het antibioticum fusidinezuur in de vorm van een crème of zalf.

Corticosteroïden
Corticosteroïden zijn ingedeeld in klassen van oplopende werkzaamheid: zwak werkzaam (met hydrocortisonacetaat als meest gebruikte vertegenwoordiger), matig sterk werkzaam (vooral triamcinolon--acetonide), sterk werkzaam (bèta-methason en mometason) en zeer sterk werkzaam (onder meer clobetasol). Van de enkelvoudige preparaten van de genoemde cortico-steroïden kent triamcinolonacetonide de meeste gebruikers (640.000) gevolgd door hydrocortisonacetaat (475.000).

Corticosteroïden worden ook in vaste combinaties met andere middelen gebruikt. De meest gebruikte combinatie is die van hydrocortisonacetaat met het antimycoticum miconazol. Meer dan 400.000 mensen gebruikten deze combinatie in 2016. Deze combinatie wordt qua aantal gebruikers (25.000) gevolgd door bèta-methason met salicylzuur (Diprosalic).

ATC-wijziging
Voor de indeling van geneesmiddelen wordt het ATC-classificatiesysteem van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gebruikt. ATC staat voor anatomisch-therapeutisch-chemisch. Het systeem kent vijf niveaus waarbij het vijfde het meest specifiek is en meestal wordt gebruikt voor een enkelvoudige stof of voor één combinatie van werkzame stoffen. Bij de huidpreparaten is dat anders. Zo hebben alle combinaties van een corticosteroïde met overige middelen, ongeacht welk middel, dezelfde ATC-code. Zo is D07XB02 de ATC-code van triamcinolon met salicylzuur, maar ook van triamcinolon met zinkoxide en van triamcinolon met koolteer. Aan de ATC-code is te herkennen om welk corticosteroïde het gaat maar niet om welk overig middel.

Voor de huidige ATC-code van de combinatie van hydrocortison met anti-mycotica (D07AX01) geldt dat ook. Met ingang van 1 januari 2018 wijzigt deze ATC-code echter in D01AC20 en valt daarmee niet meer onder de corticosteroïden maar onder de antimycotica. Dat is van belang voor de apothekers die de FTO-module Eczeem van de SFK gebruiken. Vanaf januari 2018 vinden apothekers de gebruikers van deze combinatie niet meer terug in die module. Het gaat daarbij per apotheek om gemiddeld tweehonderd patiënten per jaar.