De onderzoekers hopen het risico op terugkeer van de afwijking minimaal te halveren
Het UMCG start een onderzoek naar het effect van een behandelvaccin tegen een voorstadium van baarmoederhalskanker. De onderzoekers hopen het risico op terugkeer van de afwijking minimaal te halveren.
Jaarlijks krijgen in Nederland zo’n 5.000 tot 7.000 vrouwen een behandeling voor een voorstadium van baarmoederhalskanker. De behandeling bestaat uit het operatief verwijderen van afwijkend weefsel. Dat is meestal voldoende, maar bij ongeveer één op de tien vrouwen komt de aandoening toch terug. Dan kan er dus alsnog baarmoederhalskanker ontstaan. KWF investeert nu ruim 6 miljoen euro in een onderzoek van het UMCG naar een mogelijke oplossing: een behandelvaccin dat de kans verkleint dat dit voorstadium daadwerkelijk terugkeert.
Risico op terugkeer halveren
Het project gaat later dit jaar van start en staat onder leiding van gynaecologisch oncoloog en immunoloog Hans Nijman. ‘Het doel is dat we het risico op terugkeer van de afwijking minimaal halveren’, zegt Nijman op KWF.nl. ‘Maar we verwachten dat het effect van het vaccin zelfs beduidend groter kan zijn. En mikken uiteindelijk op toepassing voor andere vormen van kanker die HPV (het humaan papillomavirus, red.) veroorzaakt.’
Geen preventie, maar (aanvulling op) behandeling
Nijman benadrukt dat het behandelvaccin iets anders is dan het preventieve vaccin dat jongeren bescherming biedt tegen besmetting met HPV. ‘Het behandelvaccin is een therapeutisch vaccin voor vrouwen bij wie de HPV-infectie heeft doorgezet en bij wie een voorstadium van baarmoederhalskanker is ontstaan. Ons vaccin richt zich specifiek op HPV-type 16, de belangrijkste veroorzaker van baarmoederhalskanker.”
Grote studie met 948 deelnemers
Nijman en zijn team voeren komende jaren een gerandomiseerd onderzoek uit, met 948 deelnemers. Iedere vrouw die meedoet aan het onderzoek krijgt na de gewone operatie een vaccinatie. De helft van de vrouwen krijgt het echte vaccin, de andere helft krijgt een prik zonder werkzame stof (een placebo). De vrouwen worden daarna twee jaar gevolgd. ‘Dat is de periode waarin we normaal gesproken zien of een afwijking terugkomt’, zegt Nijman.
In een eerdere kleinere studie, ook door KWF gefinancierd, liet het vaccin zien effectief te zijn met amper bijwerkingen. ‘Je kunt wat last hebben van de prikplek of je een dag wat grieperig voelen’, zegt Nijman. ‘Maar die reactie is eigenlijk juist een goed teken, want het zijn signalen dat het vaccin het afweersysteem succesvol aan het werk heeft gezet.’
‘Je kunt je bijna geen grenzen voorstellen aan de mogelijke toepassingen, maar elke volgende stap vraagt om zorgvuldig en kritisch onderzoek’
Eerste stap naar grotere doorbraak
Hoewel de toepassing van het vaccin binnen dit onderzoek is beperkt tot aanvullende behandeling bij voorstadia van baarmoederhalskanker, durft Nijman groter te dromen. ‘Als dit vaccin goed blijkt te werken, kun je je voorstellen dat een operatie in de toekomst misschien niet meer nodig is en dat het vaccin op zichzelf voldoende behandeling biedt. Een volgende stap zou kunnen zijn dat je het vaccin inzet zodra bij het bevolkingsonderzoek blijkt dat iemand het HPV virus draagt.’
Ook bij andere HPV-kankers?
Toepassingen bij andere HPV-gerelateerde kankers liggen in het verschiet. ‘Je kunt je bijna geen grenzen voorstellen aan de mogelijke toepassingen, maar elke volgende stap vraagt om zorgvuldig en kritisch onderzoek’, zegt Nijman. ‘De potentie van bijvoorbeeld combinatiebehandelingen van bestaande behandeling voor baarmoederhalskanker met het vaccin is groot, maar om die op een verantwoorde manier te kunnen beoordelen, moeten we eerst stap voor stap aantonen wat het effect is. Daar zullen we de komende jaren proberen extra financiering aan te trekken om deze mogelijkheden verder te onderzoeken.’
Lees hier het hele interview met Hans Nijman door KWF
Bron: UMCG
/G_650_367.jpg)
/G_650_368.jpg)
/H325_ISS_35069_56530.jpg)
/G_650_049.jpg)
/f_650_0062.jpg)
/a_650_0988.jpg)
/b_650_0054.jpg)
/a_650_1846.jpg)
