Sinds 2017 werken veel zorginstellingen aan digitalisering van zorgprocessen

Patiënten hebben sneller toegang tot hun eigen medische gegevens. Terwijl voorheen het ontvangen van je eigen medische dossier weken kon duren, ontvangen patiënten nu op verzoek binnen enkele dagen hun eigen medische informatie in een digitaal bestand. Dit is het resultaat van het VIPP-programma waar bijna alle instellingen voor medisch-specialistische zorg in Nederland aan meedoen. Doel: elektronische gegevensuitwisseling mogelijk maken zodat overal patiënten en zorgverleners met elkaar kunnen duppen.

Sinds 2017 werken algemene ziekenhuizen, zelfstandige klinieken, revalidatie-instellingen, dialyseklinieken, radiotherapeutische centra, epilepsiecentra en categorale instellingen aan digitalisering van zorgprocessen. Het doel hiervan is de patiënt toegang te geven tot zijn eigen medische informatie zodat hij meer grip krijgt op zijn gezondheid, waar hij zich ook bevindt. “Het feit dat vrijwel alle instellingen in Nederland die medisch-specialistische zorg leveren, dit gezamenlijk doen, is een goed teken. De tijd dat instellingen stand-alone organisaties waren is nu echt voorbij, informatie is van de patiënt en moet uitwisselbaar zijn met andere zorgverleners. Zo kunnen we echt de juiste zorg op de juiste plek aanbieden,” aldus Ad Melkert, voorzitter Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). ZKN onderschrijft dit.
 
Overal dezelfde informatiestandaarden
In de curatieve zorg gebruikt men veel verschillende systemen voor het vastleggen van medische informatie. Specialismen hebben vaak eigen informatiesystemen. Maar om de patiënt toegang te geven tot zijn eigen informatie, is het nodig dat deze systemen met elkaar kunnen communiceren. Daarom is er landelijk afgesproken dat ziekenhuizen en klinieken dezelfde informatiestandaarden gaan gebruiken zodat informatie zoals uitslagen van onderzoek digitaal uitgewisseld kan worden. De technische implementatie van deze standaarden is onderdeel van het VIPP-programma waar de Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN) en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) met hun achterban aan werken. 
 
Eerst doelen, dan subsidie
Het VIPP-programma heeft een aantal doelen en deadlines. Het digitaal aanbieden van medische gegevens in een digitaal bestand, binnen drie werkdagen, was het eerste doel. Van de deelnemers hebben 42 algemene ziekenhuizen, 27 categorale instellingen en 77 zelfstandige klinieken dit doel behaald. Aan het eind van 2019 loopt het VIPP-programma af. Hoeveel deelnemers de VIPP-doelen gehaald hebben, wordt in het eerste kwartaal van 2020 duidelijk. 
 
Uitwisseling in de hele keten
Niet alleen in de medisch-specialistische zorg wordt gewerkt aan digitale informatie-uitwisseling met de patiënt. In navolging van VIPP worden nu ook in de GGZ, de langdurige zorg en door de huisartsen en eerstelijnszorg vergelijkbare programma’s opgestart. De grote gemene deler: de implementatie van dezelfde informatiestandaarden. Deze programma’s worden gefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en bereiden de zorg voor op de wetgeving die in 2020 eist dat zorgverleners patiënten hun eigen medische gegevens digitaal moeten kunnen aanbieden. Dit betekent dat over een paar jaar de patiënt met alle zorgverleners in de hele keten zal kunnen duppen.