Actueel overzicht van intrigerende RNA-therapieën

RNA staat in het brandpunt van de belangstelling. Niet alleen vanwege de diverse coronavaccins die op RNA-technologie zijn gebaseerd, maar ook vanwege de therapeutische toepassingen die snel in aantal toenemen. Samen met Europese collega’s geven onderzoekers van het Radboudumc in een artikel in EMBO Molecular Medicine een actueel overzicht van de (on)mogelijkheden van deze intrigerende RNA-therapieën.

Geneesmiddelen die gericht zijn op het RNA werden tot voor kort als een curiositeit beschouwd. Ze werden voornamelijk gebruikt bij het onderzoek naar zeldzame ziekten en gepersonaliseerde therapieën. Deze RNA-therapieën zijn gericht op het beïnvloeden van het RNA, dat als vertaler fungeert van het DNA (genen) naar de aanmaak van eiwitten. Zit er een foutje in het DNA, dan kun je dat foutje in de RNA-vertaling proberen te verbeteren. Dit is mogelijk door het foute RNA-stukje bijvoorbeeld ‘af te plakken’ met een stukje RNA dat specifiek voor een bepaalde aandoening is gemaakt. Op die is het foutje te verbeteren of onleesbaar te maken.

Opmars RNA-therapieën
Dit nieuwe onderzoeksgebied heeft de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Inmiddels zijn er al meer dan een dozijn RNA-geneesmiddelen goedgekeurd voor gebruik bij patiënten. Veel andere op RNA-gebaseerde geneesmiddelen bevinden zich in verschillende stadia van ontwikkeling. Hoewel zeldzame ziekten nog steeds een belangrijk doelwit vormen, worden veel van deze geneesmiddelen ontwikkeld voor ziekten die vaak voorkomen en waar veel mensen aan lijden, zoals hyperlipidemie (teveel cholesterol in het bloed) of bepaalde vormen van kanker.

Goed afleveren
Alex Garanto, onderzoeker bij de vakgroep Kindergeneeskunde in het Radboudumc en een van de auteurs van het artikel: “De belangrijkste hindernis voor dit soort medicijnen is de aflevering. Het RNA moet aan het juiste weefsel of orgaan worden toegediend, omdat het daar zijn werk moet gaan doen. Daarnaast moet je ook nog bedenken hoe je het effectief in de cellen krijgt, omdat niet alle cellen een RNA-geneesmiddel actief opnemen. Dat is essentieel, omdat het RNA alleen maar zijn werk kan doen als het binnendringt ín de juiste cellen.”

Duidelijke vooruitgang
In het artikel in EMBO Molecular Medicine, geschreven met collega’s uit Leiden en dertien Europese landen die allemaal onderzoek doen naar de ontwikkeling van RNA-therapieën, wordt vooral ingezoomd op dit probleem van de ‘aflevering’. Hoogleraar Moleculaire Therapie voor Erfelijke Netvliesaandoeningen Rob Collin, ook auteur van het artikel, werd onlangs nog geïnterviewd over deze ontwikkelingen in de NRC: “De afgelopen jaren hebben we enorme vooruitgang geboekt in het beter en efficiënter kunnen afleveren van deze RNA-medicijnen bij patiënten, waarbij ook veiligheid natuurlijk een essentieel onderdeel is van de ontwikkeling en beoordeling.”

Europese samenwerking
De 22 auteurs van het artikel maken deel uit van het Europese COST (Cooperation of Science and Technology) consortium. Via dit Europese netwerk (www.antisenserna.eu) bundelen ze hun kennis en expertise om voor patiënten zinvolle RNA-therapieën te ontwikkelen.

Publicatie in EMBO Molecular Medicine : Delivery of oligonucleotide-based therapeutics: challenges and opportunities