Hoofdonderzoeker prof. Anke-Hilse Maitland - van der Zee wil met het P4O2 project behandelingen vinden die longschade kunnen voorkomen en herstellen

Het samenwerkingsproject ‘Precisie Geneeskunde voor Meer Zuurstof’ (P4O2) bestaat uit een grote verzameling van verschillende onderzoeken. Waaronder onderzoek dat probeert aangrijppunten te vinden voor behandelingen van long COVID. Vier onderzoekers delen de laatste ontwikkelingen.

Hoofdonderzoeker prof. Anke-Hilse Maitland - van der Zee wil met het P4O2 project behandelingen vinden die longschade kunnen voorkomen en herstellen (zie ook www.p4o2.org). Het project is onderverdeeld in meerdere delen, waaronder een COPD-, en long COVID onderdeel. Alle aandoeningen binnen het P4O2 project worden vanuit verschillende invalshoeken onderzocht. Zowel in het laboratorium als in mensen. Uit het onderzoek naar long COVID komen nu de eerste resultaten.

Multidisciplinair onderzoek
De long COVID-onderzoekers willen een volledig beeld krijgen van de aandoening door verschillende invalshoeken te onderzoeken. Dit wordt ook wel multidisciplinair onderzoek genoemd. Binnen een groep van honderd mensen met long COVID klachten is bijvoorbeeld gekeken naar de longfunctie, vermoeidheid, omgevingsfactoren, en de werking van de neuscellen.

Drie groepen onderscheiden
PhD-student Jelle Blankestijn van het Amsterdam UMC heeft meegewerkt aan het long COVID onderzoek. Blankestijn is op basis van verschillende medische eigenschappen opzoek gegaan naar groepen deelnemers die overeenkomen met elkaar. In de kliniek is te zien dat long COVID zich verschillend bij mensen uit. Daarom kunnen er ‘per groep mogelijk verschillende onderliggende oorzaken zijn die voor de klachten zorgen. Hierdoor kunnen behandelingen anders aanslaan bij de verschillende groepen’, legt Blankestijn uit. De deelnemers zijn uiteindelijk op basis van data verdeeld in een groep met milde long COVID klachten, ernstigere klachten, en een groep met longproblemen. De groepen verschillen verder ook in hun medisch verleden en patiënt eigenschappen.

Verminderde longfunctie na corona-infectie
‘De longfunctie van deelnemers met longproblemen is erg verminderd, vergeleken met die van de andere twee groepen’, zegt Blankestijn. ‘Een afname in longfunctie kan ervoor zorgen dat je minder zuurstof kan opnemen uit de lucht die je inademt, waardoor je last krijgt van kortademigheid’, legt mede-onderzoeker en PhD-student Merel Cornelissen van het Amsterdam UMC uit. Een half jaar na een corona-infectie vonden de onderzoekers bij ongeveer de helft van de deelnemers een verminderde longfunctie. Meer dan de helft van hen had na een jaar nog stééds een lagere longfunctie.

Vermoeidheid na corona-infectie
Een half jaar na een corona-infectie had ongeveer driekwart van de deelnemers last van vermoeidheid. Na een jaar was dit aantal nog stééds iets meer dan de helft. ‘Deze daling betekent dat de vermoeidheid niet per se blijvend hoeft te zijn voor iedereen’, stelt Cornelissen. De vermoeidheidsklachten van de deelnemers werden vergeleken met die van mensen met langdurige vermoeidheid, ook wel chronische vermoeidheid genoemd. Er bleken veel overeenkomsten te zijn tussen beide groepen. ‘Dit laat zien dat meer onderzoek naar long COVID en chronische vermoeidheid belangrijk is om betere behandelingen te vinden’, vertelt Cornelissen.

Ontstekingen in de neus
Mede-onderzoeker en PhD-student Nadia Baalbaki van het Amsterdam UMC heeft de neuscellen van mensen met long COVID onderzocht. Daarbij is gekeken naar mogelijke medicijnen. In het laboratoriumonderzoek zijn cellen uit de neus van de deelnemers getest op de aanmaak van ontstekingsfactoren. Hieruit bleek dat een aantal deelnemers na een corona-infectie meer ontstekingsfactoren aanmaken dan gezonde mensen. Dit kan zorgen voor een lekke barrière tussen de neuscellen. Hierdoor komen bijvoorbeeld bacteriën en virussen via de neus makkelijker het lichaam binnen. ‘Dus eigenlijk is je filter kapot, wat ook wel te zien is bij allergieën zoals hooikoorts en andere luchtwegaandoeningen’, legt Baalbaki uit. Deze lekke barrière in de neus is ook gevonden bij mensen met long COVID. Voor mensen die hier last van hebben, bestaat een geneesmiddel dat mogelijk kan helpen om de ontstekingsreactie in de neuscellen te remmen. Of dit geneesmiddel echt werkt bij long COVID, moet nog onderzocht worden.

Effect van RNA op neuscellen
Baalbaki heeft daarnaast ook het RNA van mensen met long COVID onderzocht. RNA bestaat uit kopieën van je DNA, dat een soort code is voor alle informatie van je lichaam. RNA is belangrijk voor het maken van eiwitten, die zorgen dat je lichaam goed werkt. Baalbaki laat in haar onderzoek zien dat het RNA van sommige deelnemers wijst op blijvende ontstekingen in de neus. Wat verder opviel was dat een aantal deelnemers met afwijkingen op hun longfoto’s meer RNA hadden. Dit kan ervoor zorgen dat zij een hogere productie hebben van een stofje dat ontstekingen in de neus deels reguleert. In de longen kan deze stof zorgen voor de vorming van littekenweefsel. In hoeverre de verhoogde hoeveelheid RNA in de neus iets kan zeggen over de ontwikkeling van luchtwegklachten bij mensen met long COVID, is nog niet bekend. Het is dus belangrijk om hier meer onderzoek naar te doen. Ook hier kan een al bestaand geneesmiddel mogelijk helpen.

Verschillen in immuunreactie na corona-infectie
Naast verschillen in het RNA in de neuscellen, blijkt er ook een verschil te zijn in het RNA in het bloed van deelnemers. Een verschil in RNA kan wijzen op een verstoring van lichaamsprocessen, zoals het immuunsysteem. Dit kan mogelijk lichamelijke klachten veroorzaken. ‘We hebben mogelijk een andere immuunreactie gezien bij een klein aantal deelnemers’, merkt Blankestijn op. Het kan dus zijn dat het lichaam van die deelnemers anders reageert op schade van het coronavirus. Om deze groep te helpen, hebben zij mogelijk een andere behandeling nodig dan de rest.

Het effect van omgevingsfactoren
‘Het lijkt erop dat mensen met long COVID die aan een hogere hoeveelheid fijnstof worden blootgesteld, een verminderde longfunctie hebben’, merkt mede-onderzoeker en PhD-student Laura Houweling van de Universiteit Utrecht op. Naast het lichaam kan de omgeving dus ook een rol spelen bij het ontstaan van long COVID klachten. Houweling onderzoekt daarom het effect van verschillende omgevingsfactoren, zoals fijnstof, op het ontstaan en de ontwikkeling van long COVID.

Niet alleen de longfunctie lijkt lager te zijn bij de deelnemers die meer blootgesteld werden aan fijnstof. Zij voelen zich mogelijk ook vermoeider en hun kwaliteit van leven lijkt lager. Houweling: ‘er schijnen dus zeker linkjes te zijn tussen de blootstelling aan fijnstof en de klachten na een coronavirusinfectie.’

Fijnstofmetingen
Om de hoeveelheid fijnstof te meten, werden twee apparaatjes gebruikt. De ‘UPAS’, die de deelnemers 24 uur bij zich droegen om het persoonlijke fijnstof te meten. En de ‘Sniffer sensor’, die aan de buitenkant van het huis werd vastgemaakt om het fijnstof in de omgeving te meten. Deze metingen worden nu gecombineerd met alle medische informatie van de deelnemers, zoals de longfunctie en bloedwaardes.

Een paar puzzelstukjes verder
‘Overal op de wereld worden op dit moment veel onderzoeken naar long COVID uitgevoerd. Dit zijn allemaal kleine puzzelstukjes’, beschrijft Baalbaki. Het long COVID -onderzoek in het P4O2 project legt hier ook weer kleine puzzelstukjes bij. Zo ontstaat een steeds beter beeld van de ziekte long COVID. Baalbaki: ‘Aan de hand van dit onderzoek kunnen nieuwe studies weer verder achterhalen welke processen in het lichaam de verschillende klachten precies veroorzaken. Zo kunnen nieuwe medicijnen ontwikkeld worden voor mensen met long COVID.’

De resultaten uit dit onderzoek zijn nog geen harde bewijzen. Daarvoor is de groep deelnemers nog te klein en zijn de gevonden effecten soms nog te bescheiden. ‘Maar het feit dat er wel bepaalde effecten te zien zijn, is een veelbelovende stap om in vervolgonderzoek in grotere populaties onderzoek te gaan doen’, vertelt Houweling hoopvol. Het is vooral belangrijk om te weten dat mensen met long COVID niet allemaal hetzelfde zijn, maar dat elke patiënt een persoonlijke behandeling nodig heeft.

Het P4O2 project
Het long COVID onderzoek maakt deel uit van het P4O2 project. Dit project heeft als doel om preventie- en behandelingsmethoden te ontwikkelen voor longziekten. Zo worden naast mensen met long COVID ook mensen met COPD onderzocht. Verder wordt een grote groep gezonde volwassenen onderzocht, waarvan een deel een hoog risico heeft op het krijgen van een longziekte. De resultaten hiervan volgen nog.

Het samenwerkingsproject P4O2 (Precision Medicine for more Oxygen) is medegefinancierd met de PPS-toeslag. Deze toeslag is beschikbaar gesteld door de Topsector Life Sciences & Health aan Longfonds, ter stimulatie van publiek-private samenwerkingen. Het consortium bestaat uit toponderzoekers uit het hele land, private partijen en patiëntvertegenwoordigers die streven naar een internationaal leidende positie voor Nederland op het gebied van longonderzoek.

Bron: Longfonds