De veiligheid en de juiste dosis van een nieuwe immuuntherapie is succesvol getest bij mensen met diabetes type 1. De volgende stap is de werking testen.

 

Als we het afweersysteem beïnvloeden, kunnen we de achteruitgang bij diabetes type 1 tegenhouden. Onderzoekers proberen al langer de juiste immuuntherapie te ontwikkelen, maar dat blijkt best lastig. Engelse onderzoekers hebben nu de veiligheid en de juiste dosering van hun therapie succesvol onderzocht.

Stukjes eiwit

Een kleine groep van 27 deelnemers, die vlak daarvoor diabetes type 1 hadden gekregen, nam deel aan het onderzoek. Tien hiervan kregen elke maand een injectie, negen twee keer per maand en achter kregen een placebo toegediend. De behandeling duurde zes maanden.

Ze kregen een stukje van het pro-insuline eiwit, hieruit wordt insuline gevormd, onderhuids ingespoten. De verwachting is dat dit stukje eiwit de ontspoorde afweercelen weer tolerant maken voor dit eiwit en de bètacellen met rust laat.

Afbraak stopt

De deelnemers die een placebo kregen, hadden 50 procent meer insuline nodig dan aan het begin. Terwijl bij de andere patiënten de insulinebehoefte gelijk bleef. De afbraak van de bètacellen is bij deze personen gestopt. Ook hadden de deelnemers geen last van bijwerkingen.

Deze resultaten zijn positief, maar ze gaan de proef eerst herhalen bij een grotere groep mensen met diabetes type 1 om de werking te testen. "Dit smaakt naar meer", reageert de Leidse onderzoeker Bart Roep, die zelf ook aan een immuuntherapie werkt. "We zien reikhalzend uit naar de resultaten van onze Leidse studie", zegt Roep.

Nog niet voor iedereen

Als de therapie van de Engelse onderzoekers werkt, biedt deze voor een deel van de mensen met diabetes type 1 uitkomst. De onderzoekers selecteerden een groep patiënten met een bepaalde combinatie van genen (HLA-CRB1*0401). Maar als de therapie voor deze groep mensen werkt, kunnen ze ook kijken naar ander combinaties van genen.

Bron: Diabetes Fonds