De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) vergroot transparantie geneesmiddelensector met nieuw jaarlijks datarapport
De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) publiceerde woensdag 3 juni ‘Medicijnen voor morgen’: een nieuw datarapport dat openbare cijfers over geneesmiddelen en vaccins bundelt in één samenhangend overzicht. Het rapport verschijnt voortaan jaarlijks, om op die manier transparantie te bieden over ontwikkelingen en trends in de loop van de tijd.
‘Veel van deze data waren al beschikbaar, maar bestonden vooral als losse puzzelstukjes’, zegt Carla Vos, algemeen directeur van de VIG. ‘Door ze bij elkaar te brengen, ontstaat een gedeeld en controleerbaar beeld over de innovatieve geneesmiddelensector. Dat helpt om het gesprek over geneesmiddelen en vaccins te voeren op basis van feiten, met oog voor zowel investeringen als maatschappelijke opbrengsten op korte en lange termijn.’
Overkoepelend perspectief
Volgens de VIG is een overkoepelend perspectief hard nodig. De zorg in Nederland staat onder toenemende druk door vergrijzing, personeelstekorten en een groeiende zorgvraag. Tegelijk volgen medische innovaties elkaar in hoog tempo op. Dat vraagt om scherpe keuzes, maar ook om overzicht en inzicht in hoe verschillende ontwikkelingen elkaar beïnvloeden.
Deze uitdagingen worden in de praktijk nog te vaak los van elkaar benaderd. ‘Oplossingen worden gezocht binnen afzonderlijke dossiers, begrotingen en verantwoordelijkheden’, aldus Vos. ‘Dat is begrijpelijk, maar het maakt het lastig om zicht te houden op het grotere geheel. Terwijl juist de samenhang tussen gezondheid, innovatie, arbeidsparticipatie en betaalbaarheid bepaalt hoe toekomstbestendig ons zorgstelsel is.’
Enkele wetenswaardigheden uit het rapport:- In 2025 werden in Nederland 231 patenten aangevraagd voor een farmaceutische vinding.
- Van alle kandidaat-geneesmiddelen zit 47,6% in de preklinische fase, 17,7% in fase I en 17,1% in fase II. Slechts 6,4% bevindt zich in fase III (6,4%) of de preregistratiefase (1,3%). Dit illustreert hoe onvoorspelbaar geneesmiddelenontwikkeling is; een fractie haalt de eindstreep als medicijn.
- Het kost gemiddeld ruim € 3,3 miljard om een nieuw medicijn te ontdekken, te testen en beschikbaar te maken voor patiënten.
- Bijna tweederde van de Nederlandse bevolking gebruikt één of meer geneesmiddelen. Bij 70-plussers geldt dit voor negen op de tien mensen.
- Door passende inzet van geneesmiddelen kan 14% van het tekort aan zorgpersoneel worden opgelost, het equivalent van 6.000 voltijdbanen.
- De bruto toegevoegde waarde van de gehele Nederlandse innovatieve geneesmiddelensector bedroeg in 2024 naar schatting €8,5 miljard.
- In 2024 bedroegen de netto uitgaven aan geneesmiddelen 4,2% van de totale zorguitgaven, tegenover 5,0% in 2020.
- Binnen de ziekenhuiszorg zijn de uitgaven aan intramurale geneesmiddelen gedaald van 10,1% van de totale uitgaven in 2020 naar 8,8% in 2024.
Toenemende knelpunten
Het rapport laat zien dat de innovatiekracht van de geneesmiddelensector groot is. Begin 2026 waren wereldwijd circa 23.000 kandidaat‑geneesmiddelen en vaccins in ontwikkeling. Bijna een derde daarvan richt zich op zeldzame ziekten en ongeveer 40 procent op kanker. Deze innovaties verbeteren, verlengen en redden levens. Ze kunnen ook bijdragen aan het ontlasten van de zorg en aan een hogere arbeidsparticipatie.
Tegelijkertijd wordt duidelijk dat het steeds lastiger wordt om die waarde in Nederland daadwerkelijk te benutten. Hoewel de uitgaven aan innovatieve geneesmiddelen aantoonbaar onder controle zijn en als aandeel van het totale zorgbudget zelfs afnemen, komen nieuwe geneesmiddelen en vaccins steeds later of zelfs helemaal niet beschikbaar voor patiënten in Nederland. Ook het aantal klinische studies neemt af.
‘Dat contrast vinden wij zorgelijk’, zegt Vos. ‘Nederland beschikt over sterke kennisinstellingen, een goede zorginfrastructuur en veel expertise. We hebben dus alles in huis om internationaal een koploper te zijn op het gebied van geneesmiddelenontwikkeling en medische innovatie, maar die positie staat onder druk.’
Met Medicijnen voor morgen wil de VIG bijdragen aan een breder en constructiever gesprek over de toekomst van de zorg. Zo kan het gesprek verder gaan dan afzonderlijke kostenposten of cases, en waarin ook aandacht is voor maatschappelijke opbrengsten op de langere termijn.
‘Als we elkaar vooral blijven ontmoeten in losse dossiers, blijven we reageren op problemen die zich nu aandienen’, aldus Vos. ‘Door alle tandwielen in het raderwerk te plaatsen en te beseffen hoe zij in elkaar grijpen, ontstaat er zicht op oplossingen die de zorg nu en op de lange termijn toegankelijk, betaalbaar en innovatief houden.’
Als branchevereniging ziet de VIG het als haar rol om perspectieven bij elkaar te brengen; van patiënten en zorgverleners tot beleidsmakers, wetenschappers en geneesmiddelenbedrijven. ‘Iedereen werkt vanuit een eigen verantwoordelijkheid aan betere zorg’, besluit Vos. ‘Dit rapport helpt om die rollen met elkaar te verbinden. Zo willen we toewerken naar wat ons allen bindt: de beste zorg voor alle mensen in Nederland.’
Bekijk hier het volledige rapport ‘Medicijnen voor morgen’
/e_650_0158.jpg)
/H325_ISS_22125_02462.jpg)
/H325_INH_19060_128401.jpg)
/b_650_0493.jpg)
/H325_ING_33594_226140.jpg)
/c_650_0237.jpg)
/a_650_1684.jpg)
/a_650_0903.jpg)
