Het ziekteverzuimpercentage onder het zorgpersoneel is stevig

De afgelopen twee jaar neemt het welzijn van zorgpersoneel weer iets af, blijkt uit de Sectorale Welzijnsmonitor van ABN AMRO. Het is vooral matig gesteld met de gezondheid en veiligheid van zorgmedewerkers. ABN AMRO berekent dat het ziekteverzuim de zorg jaarlijks ruim 5,8 miljard euro kost. Om het hoge verzuim en het personeelstekort tegen te gaan, moeten zorgaanbieders inzetten op het verbeteren van de gezondheid en de veiligheid op de werkvloer. 

Het is inmiddels welbekend dat medewerkers in de zorg onder hoge druk staan. De wachtlijsten bij de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) zijn volgens de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) torenhoog, intimidatie en agressie blijven een probleem op de werkvloer en voor veel zorgaanbieders is het hoge ziekteverzuimcijfer een kopzorg. De druk op de zorg heeft grote weerslag op het welzijn van het zorgpersoneel. De zorg scoort op het algehele welzijn daarom al jaren ondermaats in vergelijking met alle andere sectoren, zoals blijkt uit de Sectorale Welzijnsmonitor van ABN AMRO. Voor wat betreft ziekteverzuim scoort de zorg van alle sectoren niet toevallig het hoogst, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Na drie jaar van verbetering neemt het welzijn van zorgpersoneel sinds 2023 weer licht af. 

De krapte op de arbeidsmarkt laat weinig ruimte voor het aantrekken van nieuw zorgpersoneel. Daarom is het van belang dat het huidige personeel gezond genoeg is om aan de grote zorgvraag te voldoen. Zorgaanbieders die oog hebben voor de hoge werkdruk, de gezondheid van zorgverleners en de inzet van veiligheidsmaatregelen zijn beter in staat om voldoende personeel vast te houden en aan te trekken. 

Vooral gezondheid en veiligheid blijvend probleem
Uit de Sectorale Welzijnsmonitor blijkt dat de gezondheid en veiligheid van het zorgpersoneel de gemiddelde welzijnsscore drukken. In vergelijking met andere sectoren scoort de zorg op gezondheid het laagst, en op veiligheid het een-na-laagst. De factor gezondheid wordt berekend op basis van onder meer ziekteverzuim, emotionele belasting en fysiek zwaar werk.

Onder veiligheid valt onder meer de kans op intimidatie, fysiek geweld, pesten en ongevallen. Op het gebied veiligheid kan de sector nog grote stappen zetten, zo blijkt uit de Welzijnsmonitor. Zo heeft bijna een op de vijf van de werknemers in de zorg het afgelopen jaar te maken gehad met intimidatie en bedreigingen van patiënten, cliënten en hun naasten. Bijna een op de tien werd het afgelopen jaar geconfronteerd met lichamelijk geweld en bijna 8,5 procent van het personeel heeft het afgelopen jaar te maken gehad met seksuele intimidatie. 

Tegelijkertijd zijn in de zorg ook positieve ontwikkelingen te zien. De zorgsector heeft over de jaren heen hard gewerkt aan initiatieven voor persoonlijke ontwikkeling en een betere werk-privébalans, ondanks het feit dat de score op beide het afgelopen iets is afgenomen. Uit de Welzijnsmonitor blijkt dat de mogelijkheden om door te stromen naar een nieuwe baan of functie bij dezelfde werkgever zijn toegenomen van 40 procent in 2015 naar 58,5 procent in 2025. Ook stimuleren steeds meer leidinggevenden de ontwikkeling van kennis en vaardigheden bij werknemers. Voor wat betreft de werk-privébalans is over een tijdspanne van tien jaar te zien dat in de zorg meer mogelijkheden zijn om thuis te werken, overwerk afneemt en de ruimte tot het zelf bepalen van werktijden en verlof toeneemt.

Ziekteverzuim en burn-out blijven bovengemiddeld hoog
Op de factor ziekteverzuim scoort de zorg relatief hoog met gemiddeld 7,5 procent in 2025. Het gemiddelde ziekteverzuim van alle sectoren bedroeg 5,4 procent, zo blijkt uit cijfers van het CBS. De verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) scoort het hoogst met een verzuim van 9,2 procent. Daarop volgt de gehandicaptenzorg met 8,1 procent en jeugdzorg met 7,7 procent. ABN AMRO schat dat de kosten van ziekteverzuim in de zorg jaarlijks 5,8 miljard euro bedragen.

Van het zorgpersoneel dat heeft verzuimd, geeft 27 procent aan dat de redenen hiervoor werkgerelateerd zijn. Dit type verzuim ligt daarmee in de zorg 5 procent hoger dan in andere sectoren. Werkgerelateerd verzuim is voor 33 procent te wijten aan besmetting, voor 23 procent aan een te hoge werkdruk, voor 11,5 procent aan fysiek te zwaar werk, voor 7 procent aan emotioneel te zwaar werk en voor 5,5 procent aan ruzie, conflict of grensoverschrijdend gedrag.

Een van de redenen dat het ziekteverzuim hoog is in de zorg is dat veel zorgverleners met een burn-out kampen. Burn-out is bovengemiddeld hoog in de zorg, blijkt uit cijfers van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van onderzoeksinstelling TNO. In 2025 lag het gemiddelde burn-outpercentage van alle sectoren op 3,4 procent en in de zorg op 4,3 procent. De zorg is een van de grootste sectoren van Nederland. Volgens de brede definitie van het CBS, dat wil zeggen zorg inclusief kinderopvang, werkten in 2025 ruim 1,5 miljoen mensen in de zorg. Dat betekent dat bijna 65.000 van de zorgmedewerkers met een burn-out kampen. 

Kosten ziekteverzuim 5,8 miljard euro
  • Het ziekteverzuim dat als basis wordt genomen voor de berekening van deze kosten is het gemiddelde ziekteverzuimpercentage van de zorg in 2025 van het CBS: 7,5 procent.
  • Volgens het CBS bedragen de arbeidskosten in de zorg 77,8 miljard euro in 2024, het meest recente cijfer. Dit is op basis van de brede definitie van de sector zorg en omvat het salaris van zorgverleners, werkgeverslasten, opleidingskosten en overige personeelskosten. Als werknemers door ziekteverzuim 7,5 procent van de tijd niet kunnen werken, kost dit de zorg 5,8 miljard euro aan arbeidskosten. 
  • De arbeidskosten van 2025 liggen vanwege de jaarlijkse loonstijgingen waarschijnlijker hoger dan in 2024. Dit bedrag is dus een onderschatting.
  • Definitie ziekteverzuim: het ziekteverzuimpercentage is het totaal aantal ziektedagen van de werknemers in procenten van het totaal aantal beschikbare werkdagen van de werknemers in de verslagperiode.

Vrouwelijk zorgpersoneel minder autonoom in werk
Tussen vrouwen en mannen blijken zich soms aanzienlijke verschillen voor te doen in de zorg, zoals blijkt uit cijfers van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), van onderzoeksinstelling TNO, onder bijna 21.000 respondenten. Zo blijkt dat het aandeel vrouwen dat de afgelopen 12 maanden verzuimd heeft hoger: 56 procent versus 50 procent onder mannen. Het werkgerelateerde verzuim door lichamelijk te zwaar werk ligt eveneens hoger bij vrouwen (12 procent) dan bij mannen (7 procent). Het werkgerelateerde verzuim door emotioneel te zwaar werk ligt dan weer iets hoger bij mannen: 8,4 procent versus 6,7 procent bij vrouwen. Ander werkgerelateerde verzuim zoals werkdruk is nagenoeg hetzelfde onder mannen en vrouwen. Vrouwen zouden dus relatief vaker hulp kunnen gebruiken bij fysiek zwaar werk en mannen relatief vaker bij emotioneel zwaar werk. Robotisering of fysiotherapie zouden de zware fysieke lasten kunnen verminderen en coaching de emotionele belasting. Overigens is de zorg over het algemeen een door vrouwen gedomineerde sector. Uit cijfers van het CBS blijkt dat de vrouw-man verhouding op basis van de brede definitie van de zorgsector rond de 85/15 ligt.

Daarnaast ervaart mannelijk zorgpersoneel meer autonomie, zoals in het zelf kunnen bepalen van werkzaamheden, werktijden en het opnemen van verlof. Zo vindt 63 procent van mannelijk zorgpersoneel dat ze regelmatig kunnen beslissen over hoe zijn hun werk uitvoeren versus 51 procent van het vrouwelijk zorgpersoneel. Dat verschil is ook te zien in banen die relatief meer autonomie toelaten zoals bij fysiotherapeuten, waar 79 procent van de mannen vindt dat zij regelmatig kunnen beslissen over hoe zij hun werk uitvoeren, versus 68 procent van de vrouwen. Verder ervaart een hoger percentage vrouwen dat zij geen vrijheid hebben in het opnemen van verlof; waarbij 22 procent van de vrouwen geen vrijheid ervaart versus 15 procent van de mannen in de zorg. 

Ook zijn mannen (22,5 procent) vaker leidinggevende dan vrouwen (10,5 procent). In de beroepen artsen, verzorgden, sociaal werkers en fysiotherapeuten ligt het percentage mannelijke leidinggevenden hoger dan het percentage vrouwelijke leidinggevenden, behalve bij verpleegkundigen waar het omgekeerde geldt. 

Op autonomie en ziekteverzuim valt dus nog winst veel te behalen. Geneviève Koolhaas-Martis, huisarts en voorzitter voor de Vereniging Vrouwelijke Artsen: “We weten van verschillende onderzoeken dat het hebben van autonomie bijdraagt aan het vergroten van het werkgeluk en het voorkomen van burn-out. Werkgevers die zich flexibel opstellen en ruimte bieden aan de zelfstandigheid van werknemers kunnen daarmee het welzijn van hun werknemers versterken.” Een leidinggevende kan daarom nadrukkelijk het gesprek starten over hoe het met een werknemer gaat en meedenken over werk-privésituaties zoals bij kleine kinderen of mantelzorg. Vooral op de schouders van vrouwen valt nog de zorg voor kinderen of mantelzorg voor naasten, blijkt uit het CBS. Koolhaas-Martis vertelt verder: “Ik weet vanuit eigen ervaring dat de combinatie van het zijn van arts, naar het werk reizen en kleine kinderen opvoeden veeleisend is. Als werkgevers flexibel zijn en bijvoorbeeld de administratie thuis laten doen of meedenken over werktijden scheelt dat al enorm. Meedenken over de situatie kan de mentale belasting van zorgverleners verlichten. Uiteindelijk krijgt de werkgever daar veel voor terug omdat de zorgverlener duurzaam ingezet kan worden.”

Bespreken werkdruk en veiligheid draagt bij aan gezondheid
De zorg kampt nu al met personeelstekorten waarbij volgens het CBS bijna 70.000 vacatures openstaan. Dit resulteert in te lange wachttijden, gesloten vleugels in verpleeghuizen en gaten in de roosters. Het laaghangend fruit om de zorg van dergelijke problemen af te helpen is om de personele inzet te verbeteren. Dit kan door het ziekteverzuim van het huidige zorgpersoneel te voorkomen of te verlagen, of door de gezondheid, veiligheid en welzijn van zorgpersoneel te verhogen. Ook kunnen zorgaanbieders verzuimspecialisten inzetten om ziek personeel te helpen met herstel. In eerdere analyses over het welzijn van het zorgpersoneel schreef ABN AMRO al over het belang van een open en veilige werkcultuur en preventie en signalering voor een beter welzijn van personeel.

Bij de zorg vallen nog steeds stappen te zetten op het welzijn van personeel. Zo vindt 54 procent van het zorgpersoneel dat de werkgever extra maatregelen moet nemen om de werkdruk te verminderen. Een kwart van het zorgpersoneel vindt dat leidinggevende er niet alles aan doet om een onveilige werkplek te voorkomen. Ook vindt 15 procent van het zorgpersoneel dat de leidinggevende geen oog heeft voor het welzijn van de medewerkers.

Het zorgpersoneel kaart aan dat leidinggevenden meer oog kunnen hebben voor het welzijn van medewerkers. Bespreekbaarheid van werkdruk is een laagdrempelige maar belangrijke factor om het welzijn te vergroten. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat 77 procent van de zorgverleners denkt dat het vrijuit kunnen spreken over werkdruk, mentaal zware taken en pestgedrag zeer belangrijk is bij het voorkomen van spannings- en stressklachten. Zorgverleners kunnen in hun werk heftige situaties meemaken. Daarna een pauze inlassen om het incident te laten bezinken, emoties te uiten of het verhaal kwijt te kunnen, kan bijdragen aan het verlichten van de mentale belasting.

Het zorgpersoneel heeft ook de behoefte aan maatregelen voor een veiligere werksfeer. Daarbij is het belangrijk dat het arbobeleid zich niet alleen richt op het traject na incidenten en intimidatie, maar ook proactieve maatregelen omvat om deze te voorkomen. Veiligheidsmaatregelen zoals weerbaarheidstrainingen tegen agressie, het instellen van een meldpunt voor onveilige situaties en het hebben van beveiliging dragen bij aan een veilige werkomgeving. 

Onderzoeksverantwoording
Jaarlijks meet ABN AMRO het welzijn van personeel in alle sectoren in Nederland. De Sectorale Welzijnsmonitor van ABN AMRO is gebaseerd op overwegend openbare bronnen, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO). Ook zijn bij TNO aparte data uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) aangekocht om de monitor meer compleet te krijgen. Variabelen waarvoor berekeningen nodig waren, zijn handmatig toegevoegd. 

Voor meer informatie over de methodologie van de Sectorale Welzijnsmonitor, zie deze publicatie, pagina 33 en verder. De monitor beslaat zeven hoofdcategorieën (werk-privébalans, gezondheid, persoonlijke ontwikkeling, economie, gelijke kansen, veiligheid en milieu) met 87 onderliggende variabelen. In deze publicatie zijn bij gebrek aan actuele cijfers slechts vijf van de hoofdcategorieën (werk-privébalans, gezondheid, persoonlijke ontwikkeling, veiligheid en gelijke kansen) meegenomen. Deze categorieën bevatten 71 van de 87 variabelen. 

In de komende jaren verandert de sector om meer zorg te kunnen leveren met minder middelen. De vraag naar zorg neemt verder toe door vergrijzing terwijl nauwelijks meer zorgpersoneel aangetrokken kan worden. Innovatie en samenwerking maken het werk makkelijker en leuker, waardoor de zorgverlening houdbaar en van hoge kwaliteit blijft

Bron: ABN AMRO