Als iemand in aanmerking wil komen voor euthanasie dan schrijft de wet voor dat er sprake moet zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden

Elk jaar krijgen meer mensen met een psychiatrische aandoening euthanasie. De wachttijden ervoor lopen op. Psychiater en ethicus Sisco van Veen promoveert op het meest complexe onderdeel van euthanasie bij deze patiëntengroep: het vaststellen van uitzichtloosheid van psychisch lijden. “Psychiaters worstelen met het begrip uitzichtloosheid. Kúnnen we wel zeggen dat iemand nooit meer zal herstellen?”

Als iemand in aanmerking wil komen voor euthanasie dan schrijft de wet voor dat er sprake moet zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Uit onderzoek van Van Veen blijkt dat bij psychisch lijden uitzichtloosheid moeilijk is om vast te stellen. Hij bekeek samen met collega’s 35 oordelen van de regionale toetsingscommissies euthanasie en vond dat meningsverschillen tussen betrokken dokters altijd draaiden om de vraag of er nog behandelopties zijn. Van Veen beschrijft in zijn proefschrift voorbeelden van patiënten met heftige klachten die om euthanasie vroegen. Zij bleken soms na een second opinion toch behandelbaar door bijvoorbeeld medicatiewijziging of psychotherapie.

Complexiteit
Om beter te begrijpen wat uitzichtloos lijden inhoudt, bekeek Van Veen juridische, medische en ethische literatuur over euthanasie in de psychiatrie. Hieruit kwam naar voren dat er twijfel heerst onder professionals of het überhaupt mogelijk is om met voldoende zekerheid te zeggen dat iemand met een psychiatrische aandoening écht nooit meer zal herstellen. Deze bevinding werd bevestigd tijdens diepte-interviews met ervaren psychiaters, die aangaven dat de complexiteit rondom uitzichtloosheid een belangrijke reden is om terughoudend te zijn met euthanasie in de psychiatrie.

Voorgeschiedenis
Om vooruit te kunnen creëerde Van Veen met een grote groep psychiaters criteria voor uitzichtloos psychisch lijden in de context van een euthanasieverzoek. Hij concludeert dat psychiaters zorgvuldige diagnostiek en een second opinion belangrijk vinden. Ook moet er uitgebreide behandeling van de klachten met medicatie en psychotherapie hebben plaatsgevonden. Op basis van zijn onderzoek pleit Van Veen ervoor om in een euthanasietraject vooral achterom te kijken. Van Veen: “Ik adviseer psychiaters om bij het vaststellen van uitzichtloosheid meer terug te kijken dan vooruit. Je kunt je beter op de voorgeschiedenis richten dan op de prognose. Hiermee zeg je dus niet dat het nooit meer goed komt, maar wel dat al het redelijke geprobeerd is om de patiënt te helpen.”