Op dit moment krijgen kinderen in hun eerste levensjaar 4 vaccinaties tegen kinkhoest. Dat gebeurt bij 2, 3, 4 en 11 maanden

Wetenschappelijk tijdschrift The Lancet Infectious Diseases heeft een artikel gepubliceerd over een RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu -onderzoek naar kinkhoestvaccinatie bij zwangere vrouwen. Uit het onderzoek blijkt dat 1 maand later gestart kan worden met vaccinatie van baby’s en 1 prik minder nodig is als de moeder tijdens de zwangerschap een kinkhoestvaccinatie heeft gehad.

Op dit moment krijgen kinderen in hun eerste levensjaar 4 vaccinaties tegen kinkhoest. Dat gebeurt bij 2, 3, 4 en 11 maanden. In de eerste maanden van hun leven, vóór de start van de vaccinaties, zijn baby´s extra kwetsbaar voor het krijgen van kinkhoest. Ook hebben ze een grotere kans op complicaties.

Wanneer de moeder een vaccinatie krijgt tijdens de zwangerschap maakt zij beschermende antistoffen aan. Deze gaan via de navelstreng ook naar de baby. Op deze manier is de baby meteen vanaf de geboorte beschermd tegen kinkhoest.

Juiste moment
De beschermende antistoffen van de moeder worden geleidelijk wel weer afgebroken. De baby moet daardoor zelf ook weer worden gevaccineerd. Maar als dat gebeurt op het moment dat er nog veel antistoffen van de moeder aanwezig zijn, werkt de vaccinatie van de baby minder goed. Het is daarom van groot belang om het juiste moment te vinden om de baby te vaccineren.

Aangepast schema
Om dit te onderzoeken is in deze studie een aangepast vaccinatieschema onderzocht. Bij dit schema kregen moeders een kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap. Hun baby’s kregen daarna 3 vaccinaties: als zij 3, 5 en 11 maanden oud waren. Dat is 1 vaccinatie minder dan het huidige schema. Bovendien startte de eerste vaccinatie een maand later.

Conclusies
Dit onderzoek laat zien dat wanneer de moeder een kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap heeft gehad, het vaccinatieschema voor de baby kan worden aangepast naar 3, 5 en 11 maanden. De eerste vaccinatie van de baby start daarmee een maand later en er zit meer tijd tussen de vaccinaties (2 maanden in plaats van 1 maand). Door de combinatie van een latere start en een langere periode tussen de vaccinaties, heeft de baby 1 vaccinatie minder nodig om goed beschermd te zijn. Niet alleen tegen kinkhoest, maar ook tegen de andere ziekten waarvoor wordt gevaccineerd.

Advies Gezondheidsraad
Dit onderzoek is tevens gebruikt als achtergrondinformatie voor de Gezondheidsraad. Op 18 december 2018 bracht de Gezondheidsraad het advies uit om het vaccinatieschema voor baby’s aan te passen naar 1 prik minder en een latere start. De staatssecretaris van het ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport   heeft op 2 april besloten dat hij dit advies overneemt.