Voor hun onderzoek, waar tien ziekenhuizen aan meewerken, hebben de onderzoekers 490.000 euro gekregen van ZonMW

Jaarlijks breken circa 33.000 Nederlanders hun pols, dikwijls na een valpartij. De gebroken pols wordt vervolgens in het gips gezet, maar dat gebeurt in Nederlandse ziekenhuizen op twee manieren. Met gips rondom de gehele onderarm –circulair gips- of met een gipsspalk, waarbij een deel van de onderarm vrij blijft. Maar wat is beter?

ZonMW
Orthopedisch chirurg-traumatoloog Joost Colaris, wetenschappelijk onderzoeker Max Reijman en arts-onderzoeker Britt Barvelink zoeken dat voor het eerst uit in de CAST studie. Voor hun onderzoek, waar tien ziekenhuizen aan meewerken, hebben de onderzoekers 490.000 euro gekregen van ZonMW.

“Met polsbreuken gaat het zo: de patiënt komt ten val en breekt zijn pols. Dat zie je meteen want die pols staat scheef”, schetst Colaris. “De patiënt gaat naar de Spoedeisende Hulp van een ziekenhuis, waar de pols wordt recht gezet en vervolgens met gips geïmmobiliseerd.”

Hóe dat gipsen gebeurt, wisselt van ziekenhuis tot ziekenhuis. “We weten gewoon niet zeker wat beter is”, zegt Reijman. “Al hebben we dankzij een eerdere studie, waarbij we in de dossiers van patiënten hebben teruggekeken, wel aanwijzingen dat circulair gips betere resultaten geeft. In de groep van het circulair gips kreeg tien procent van de patiënten te maken met verplaatsing van de pols, waardoor de breuk niet optimaal heelde. Bij die patiënten was een operatie nodig om te voorkomen dat de pols scheef zou komen te staan. In de groep met spalkgips was dat twee keer zo veel: 20 procent.”

Industry driven
Het moest tot 2020 duren voordat de effectiviteit van de twee gipsmethoden wordt onderzocht. En dat terwijl een polsbreuk een van de meest voorkomende breuken is in Nederland. Twintig procent van alle jaarlijkse botbreuken betreft een polsbreuk. Colaris: “Vaak is onderzoek industry driven. Men hoopt met uitkomsten geld te besparen of geld te verdienen.”

Er valt voor een fabrikant niet zo veel te winnen bij een onderzoek naar de verschillende manieren van gipsen. “Een fabrikant denkt: Gips is gips”, vermoedt Colaris. Toch zijn er wel degelijk kosten te besparen. “Als blijkt dat er met de ene methode minder verplaatsing ontstaat in de polsbreuk is dat winst. Want zo’n verplaatste breuk en daarmee dreigende scheefstand van de pols moet vaak alsnog worden geopereerd.”

Wetenschapsagenda
De CAST studie stond dan ook hoog op de wetenschapsagenda van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging, weten Reijman en Colaris. Ook de Nederlandse vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA), Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT), de Nederlandse Vereniging voor Handchirurgie (NVvH), de Nederlandse Vereniging voor Orthopaedische Traumatologie (NVOT) en de Patiëntenfederatie Nederland spraken hun  enthousiasme uit voor het onderzoek.

Dit onderzoek is nog nooit op deze manier gedaan.
“Als uit de CAST studie komt dat circulair gips inderdaad betere resultaten geeft, kunnen we de richtlijnen aanpassen. Met goede informatie voor patiënten over de voordelen van circulair gips, en voorlichting voor de verpleegkundigen die gips aanleggen bij patiënten. De aanname is nu dat open spalkgips veiliger en comfortabeler is omdat de pols dan nog ruimte heeft om te zwellen, wat soms gebeurt bij een breuk.”

Buitenland
Colaris en Reijman denken dat ook in het buitenland reikhalzend naar de uitslag van hun studie wordt uitgekeken. Ook daar worden de verschillende gipsmethoden gehanteerd. “Dit onderzoek is nog nooit gedaan op deze manier.”

Vanaf nu kunnen de eerste patiënten deelnemen aan de CAST studie. Zij worden via loting ingedeeld in twee groepen. De ene groep krijgt circulair gips, de andere spalkgips. “Na het helen van de breuk worden ze nog een jaar lang gevolgd om te zien of er complicaties ontstaan”, zeggen Reijman en Colaris. Mocht blijken dat een van de twee methoden inderdaad significant minder hersteloperaties geeft, komen orthopedisch chirurgen als Colaris dan niet zonder werk te zitten? Colaris grijnst: “Nee hoor, er is genoeg te doen!”